Dominique Loreau (België, 1955) studeerde een jaar filmregie en drie jaar montage aan het INSAS. Daarna studeerde ze drie jaar filosofiegeschiedenis aan de Université Libre de Bruxelles. Vanaf 1980 maakte ze drie korte fictiefilms: Départ (met Philippe Simon, 1981), Le saut dans la vie (1984) en Zigzag (1987). Tegelijkertijd maakte ze talrijke reizen naar in Afrika en deed ze montagewerk. In 1988 werkte ze gedurende een jaar mee aan de etnopsychiatrische consultaties van Tobie Nathan in Parijs, die ze ook filmde (La folie des autres, 1990) en woonde ze de lessen van Jean Rouch in de Cinémathèque française bij. Vanaf 1992 draaide ze langspeelfictiefilms die sterk verankerd zijn in een documentaire werkelijkheid: de acteurs spelen zichzelf en improviseren vanuit een vooropgesteld kader waarbij ruimte gelaten wordt voor toeval, ontmoetingen, het verloop van de tijd en metamorfoses: Les noms n’habitent nulle part (1994), Divine carcasse (1998), Au gré du temps (2006) en Dans le regard d’une bête (2012). Sinds 1992 doceert ze scenarioschrijven en filmanalyse aan de Université Libre de Bruxelles. Sinds 2003 schrijft ze, naast haar werk als filmmaker, ook poëtische teksten en romans, voornamelijk in samenwerking met de schilders Lionel Vinche, Lousta, Elsa Cha en Mathias Perez: L’eau du bain, Loin de Bissau, A pas brouillés, L’ombre dans le miroir, Papa où suis-je en Ne pas dire. Ze werkt ook aan een fotografisch oeuvre.

In Benin gaat een oude Peugeot van de ene eigenaar naar de andere. Tot op de dag dat hij onherstelbaar is en als beeldhouwwerk de beschermfetisj wordt van de Ouassa dorpelingen.

Subscribe to Dominique Loreau